'Een vreemdeling in huis nemen'
Ds. Harmen Jansen 30 augustus 2015,Avondmaalsdienst - bij 1 Koningen 17: 7- 24 en Hebreeën 13: 1-6

Een wildvreemde in huis opnemen. Waar je maar aan begint. Het zijn er minstens enige honderden in ons land die het doen, een vluchteling in huis nemen. Ik denk aan een jonge vrouw in Amsterdam, vrijwilligster bij de Vluchtelingengarage tot dat die gesloten werd. Onbekommerd nam ze een uitgeprocedeerde asielzoeker in huis, gaf hem haar sleutel, liet hem rustig alleen in haar flat terwijl ze aan het werk was. Geen probleem.
Een alleenstaande bijstandsmoeder met twee kinderen overwoog serieus om zoiets ook te doen. Misschien geen man gezien haar kwetsbare situatie, maar een vrouw met kind zou best kunnen misschien was haar conclusie in een praatprogramma.
Maar waar begin je aan, wat haal je in huis, waar eindigt het? De taalbarrière, de aanslag op je privacy, wat voor geuren brengen ze mee, wat blijft er van je keukenspullen over? Hoe zit het verzekeringstechnisch bij brand of vermissing?

De vrouw uit het Bijbelverhaal doet het. Waarom moet Elia juist haar hebben?
De eerste barrière hoeft niet eens besproken te worden, iedereen voelt dat: een vrouw alleen, een weduwe, en dan een man alleen in huis. Wat voor praatjes gaat dat opleveren? Daar gaat toch schande van gesproken worden, daar dreigt sociale uitsluiting, geen man die je ooit nog hebben wil, misschien word je wel kandidaat voor de schandpaal, de mestkar of steniging.
En dan een buitenlander en wat voor een. Een politieke onruststoker met heftige religieuze opvattingen. Zijn eigen land ontvlucht omdat de grond er te heet onder de voeten werd.
Koning Achab en zijn vrouw Izebel, landgenote van de vrouw in kwestie, zijn al lang Stasi-dossiers aan het aanleggen, geheime luistervinken aan het werven geweest, opsporingsberichten zijn uitgevaardigd. Als de tentakels over de grenzen reiken, wat zijn dan de gevolgen voor wie hem ondergronds huisvest?
En dan is er het probleem van het levensonderhoud! Het weduwenpensioen laat duidelijk te wensen over. Een kan er al niet meer van leven, laat staan twee. Geen minister van sociale zaken in de buurt die koopkrachtgaranties afgeeft. En ze mogen in de Libanon meegenieten van de droogte die Israël treft.

Herkenbaar en telkens weer actueel. Onder onze verstandige kritische overwegingen om iets niet te doen, zit ergens vaak gewoon weerstand om uit de comfortzone gehaald te worden.
In onze samenleving is opvang van vluchtelingen een overheidstaak. Vereniging Vluchtelingenwerk en Kerk in Actie juichen particuliere opvang daarom niet toe. Het kan soms zelfs voor de vluchteling in kwestie nadelig uitpakken voor zijn of haar rechten.
En het heeft even geduurd maar het lijkt erop dat ook onze overheden, landelijk en in allerlei gemeenten, eindelijk de verantwoordelijkheid ook van ons land serieus gaat nemen voor de enorme stroom van vluchtelingen uit het Midden-Oosten. De razernij daar gaat al zolang als een tornado te keer en is voorlopig kennelijk niet uitgeraasd en dan kunnen de landen van Europa de zorg voor de vluchtelingenstroom niet aan het arme Griekenland, Italië of Duitsland en Frankrijk alleen overlaten. We zien dagelijks de afgrijselijke risico's die mensen nemen om maar weg te komen. Dan is dat een appèl op onze gastvrijheid. En creativiteit. 101 jaar geleden namen we een miljoen (!) Belgen op ondanks het risico een Wereldoorlog in gezogen te worden. Nu hebben we duizenden leegstaande verpleeghuizen en kantoren, leeglopende dorpen, en de melkproducten en het varkensvlees kunnen wel meer afnemers gebruiken, anders houden we geen boeren meer over. Waarom zouden we dan blijven hangen in onze vrees voor ontwrichting van de samenleving, de angst voor .. ja waarvoor precies eigenlijk allemaal. Islamisering? Alsof er niet ook nadrukkelijk christelijke broeders en zusters op de vlucht gejaagd zijn. Stiekeme terroristen die een vijfde kolonne vormen? Maar wat is het veiligheidsrisico als we wegkijken en de deuren barricaderen?

De weduwe deed het dus. Je zou kunnen denken, ze heeft toch al bijna niets meer te verliezen. Wat maakt het dan uit? Maar ze gaat kennelijk overstag voor de verzekering dat het wel goed zal komen met die voedselvoorziening, dat het zelfs omgekeerd zal zijn, juist door zijn aanwezigheid zal zij ook steeds te eten hebben. Ze gunt Elia het voordeel van de twijfel.

En er was meel in de pot en de kruik raakte niet leeg. Want als de Heer je helper is, dan heb je niets te vrezen, staat er geschreven.
Hoe het er komt, dat extra voedsel? Er staat niets over! Een andere versie van het verhaal, met de opvolger van Elia in de hoofdrol, maakt er een sprookjesachtig wonder van, van meel dat niet opraakt en olie waarmee eindeloos veel kruiken te vullen zijn. Maar hier blijft het open. We zouden dus ook kunnen denken aan een geheime organisatie. Aan een groep getrouwe aanhangers van de boodschap van Elia, met een ondergronds netwerk. We hebben er historische voorbeelden genoeg van dat het zo werkt, met overvallen op gemeentehuizen en diefstal en distributie van voedselbonnen. In een ander Eliaverhaal moet God zelf Elia in een vlaag van depressieve wanhoop eraan herinneren dat hij vele getrouwen om zich heen heeft.
En het zou dus heel goed kunnen dat de komende jaren juist die uitdaging meer op ons af komt, weer extra aan netwerkvorming gaan doen van vrijwilligers om bruggen te slaan..

En een hele tijd gaat het dus goed. Maar even komt toch de oude angst weer helemaal opduiken. Want op een bepaald moment gaat er toch iets mis. De zoon van de vrouw wordt ziek en lijkt tenslotte dood. En ze schiet onmiddellijk in de stress. Alles in het leven, vooral de negatieve dingen, moet toch een oorzaak hebben, het moet ergens aan liggen, je moet ergens naar wijzen. Dingen gebeuren nooit zomaar. Zie je wel, ik had er nooit aan moeten beginnen. Ik had het geweten. Met die man roep ik alleen maar onheil over mezelf af.
Ze kan er geen chocola meer van maken, ze kan er geen brood meer van bakken, van wat haar overkomt, het kruikje van haar geloof is weer helemaal leeg.
Gelukkig heeft Elia kennelijk een reanimatiecursus doorlopen. Met driemaal met zijn gewicht op de jongen gaan liggen en naar God roepen om lucht voor de jongen, begint hij weer te ademen. Opnieuw een lesje in vertrouwen. Weer had haar angst geen gelijk. Weer blijkt dat de mogelijkheden van de God van Elia groter zijn dan gedacht.

Is angst, bezorgdheid, kritische waakzaamheid, dan verkeerd? Natuurlijk niet. Angst en onzekerheid als reactie op situaties en toestanden waarin we verkeren is een wezenlijke eigenschap van alle vitale organismes. Stofjes in de hersenen die extra alert maken horen bij de overlevingsdrang waarmee wij geschapen zijn.
Maar angsten kunnen je ook zo klem zetten, zo met de rug tegen de muur. In de fixatie van je blik op wat je bang maakt krijg je een tunnelvisie. Je gaat te groot denken over je onmacht, je fouten, of de fouten, gebreken, zonden van anderen. En je gaat te klein denken van de positieve mogelijkheden, van anderen en van je zelf.
En van God.
Geloof is dat je voorzichtig bent met je zogenaamde nuchtere realiteitszin. Het zou maar zo kunnen zijn dat je bril te donker was waarmee je naar de realiteit keek, of dat je te lang niet naar de opticien was geweest om te laten controleren of je wel voldoende scherp keek, zodat je gewoon echt niet alles zag. Bijvoorbeeld niet die andere wegen en andere mogelijkheden ook als het niet gaat zoals jij steeds dacht en wenste dat het moest gaan.

En er was meel in de pot en de oliekruik raakte niet leeg. Altijd in elk geval brood. Dagelijks brood.

En vandaag vormen brood en wijn de extra aanmoediging, de extra stimulans om met zulk vertrouwen ook in onze werkelijkheid van nu te staan. Die onzekere werkelijkheid.
Als een tweede Elia, profeet van de God van Israël, vraagt ook Jezus onderdak.
Kerk is een groep mensen die samen onderdak geven aan het verhaal en het geheim van zijn leven. De verjaagde, de ongewenste, gekruisigde die er niet zijn mocht, de vreemde gast.
Die eigenlijk altijd leefde van de gastvrijheid van anderen, daar een beroep op deed. Zelfs het brood en de wijn die hij bij allerlei maaltijden deelt is nooit van hemzelf maar altijd door anderen aangedragen.
Hem onderdak verschaffen heeft een belofte van zegen.
Ook al heeft hij ook geen toverstafjes en geen absolute veiligheidsgaranties, geen altijd werkende afweermiddelen tegen onheil.
Wat er gebeurt is dat hij het geloof weer vermeerdert, het godsvertrouwen. Dat er meer kan – dat er onvermoede manieren en in onbruik geraakte wegen zijn waarlangs zegen ons tegemoet kan komen.

In een katholieke eucharistie klinkt er een belletje als de gedachteniswoorden worden gesproken bij brood en wijn. Vanaf dat moment moet je denken dat het brood en de wijn iets anders geworden zijn. Lichaam en bloed van Christus. Mij lukt dat niet helemaal. Maar laten we straks proberen te denken dat het inderdaad Christus zelf is die met zijn zegen bij ons binnenkomt, ook met de zegen van een heel netwerk van geloofsgenoten en bondgenoten in deze wereld, tegen het kwaad en tegen de onverschilligheid. Dat hij opnieuw de geest van wijsheid, naastenliefde, moed en kracht geeft.
En dat het brood en de wijn ons dan eraan herinneren dat terwijl we dachten met lege handen van onmacht te staan, wij zelf elke dag wel weer iets in handen krijgen om iets goeds van het leven te maken.
De een voor de ander.
Voor elkaar.