Artikelen van de hand van ds. Harmen Jansen, eerder verschenen in de Protestestantse Kerkbode

Alternatieve feiten? >>>>>

Sterk en dapper >>>>>

De kerk en de lakens (2) >>>>>

De kerk en de lakens (1) >>>>>

Belijdenis gedenken: Eens zei ik "ja' >>>>>

Geloofsgemeenschap? Vriendengenootschap! >>>>>

Duurzaamheid? Floreerbaarheid! >>>>>

Zijn wij niet allen landlopers? >>>>>

Veranderde visie op Israël >>>>>

Emigreren of pelgrimeren >>>>>

Verhulst en Tora: Bloedboek?  >>>>>

Eens zei ik ja, tegen iemand – of iets

Dag Hammarskjöld riep op Pinksteren 1961, kort voor zijn onverwachte dood, voor zichzelf in herinnering hoe zijn geestelijke weg ooit begonnen was met een ja-woord. Vanaf dat moment had zijn leven zin en wist hij van een doel. Het antwoord van geloof was gaan functioneren als een Ariadnedraad door het labyrint van het leven.

De Veertigdagentijd en de afsluitende paasnachtviering zijn een uitgelezen moment om ook terug te gaan naar ons eigen ja-woord. Duitse protestanten kennen daarvoor een soort kerkelijke variant op ‘Klasgenoten’. Jaren geleden raakte ik zappend met de afstandsbediening in een kerkdienst op een Duitse tv-zender verzeild. Ik verbaasde me. De camera gleed langs stijfvolle banken, ook op de galerijen. Alleen maar grijze hoofden, allemaal mensen van dezelfde leeftijd. Het bleek om een ‘Konfirmationsgedächtnisfeier’ te gaan. Informatie op internet toont hier en daar foto’s van groepen ‘Konfirmanden’ van toen, naast intussen wat kleinere groepsfoto’s van een reünie ter gelegenheid van het 50-, 55- of 60-jarige jubileum. Gemeentes houden kennelijk jaarlijks ergens in de Veertig Dagen zo’n gedachtenisweekend. Niet alleen voor wie het gouden of diamanten jubileum van zijn of haar belijdenis te vieren heeft, ook voor zilveren (25 jaar) en ijzeren (10 jaar) jubilarissen. Hier en daar houdt men in een weekend dan wel drie kerkdiensten om met iedereen ‘opnieuw Gods zegen te ontvangen en het Avondmaal te vieren’.

Zo’n gezamenlijk moment van terugblikken op je geloofsbelijdenis zal best waardevol zijn. Zoals een huwelijksjubileum verdieping kan brengen. Het kan een aanleiding zijn om je te binnen te brengen waardoor je bij elkaar gebleven bent. Je staat met verwondering stil bij de kleefkracht van wat je ooit in elkaar gezien had terwijl je zogenaamd nog maar jong en onbezonnen was.

Ergens aan een koffietafel met wat ouderen om me heen raakten we aan de praat over herinneringen aan onze belijdenis. Een echtpaar tegenover mij bleek het vormsel te hebben gekregen, rond het verlaten van de lagere school. Zij wist er niets meer van, hij wel. Een ander stel had elkaar ontmoet bij de voorbereiding op de doop door onderdompeling in een baptistengemeente. Later waren ze samen Hervormd geworden. Een vrouw was op latere leeftijd door doop toegetreden tot de Doopsgezinde gemeente. Ja, ze herlas nog wel eens de belijdenis die ze toen had geschreven. Op de dag zelf had het keihard geregend toen ze naar de kerk ging. ‘God heeft me zelf al gedoopt’, was er toen door haar heen gegaan. Ook die gedachte was haar altijd bijgebleven. We hadden even een mooie ontmoeting.

Onze kerkelijke ledenadministraties zijn niet ingericht op het oproepen van groepen van zo lang geleden. En zou ik zitten te wachten op een reünie van de catechisatiegroep van toen ik 18 was? Het contact was maar kortstondig. Die Duitse Konfirmanden waren misschien ook jaren elkaars klas- en dorpsgenoten geweest, maar mijn groepje van toen was een samenraapsel van studenten op kamers en ‘gewone’ stedelingen. Maar binnenkort is het veertig jaar geleden. En als we straks in de Paaswake stil staan bij onze doop en de geloofsbelijdenis opnieuw beamen zet ik er in gedachten een mooi lijstje omheen. Accenten zijn in de loop der jaren veranderd, stelligheden van toen afgezwakt, andere beseffen juist steeds sterker geworden. Hammerskjold schreef dat hij niet precies wist tegen wie of wat hij ja zei, want geloofstaal blijft altijd taal over een geheimenis ‘bij benadering’. Maar inderdaad: je kreeg een kostbare draad te pakken!

Onze kerkleiding is de afgelopen jaren het belang van een jaarlijkse doopgedachtenis zwaar gaan beklemtonen in verband met discussies over de kinderdoop. Maar van die doop herinneren de meesten zich niets. We kunnen wel uit persoonlijke herinnering gedenken hoe ons eigen antwoord wakker geroepen is. En in de paasnachtviering hernieuwen we vooral ook dat antwoord. Met de kennis en het inzicht van nu, in de omstandigheden van nu. Geloof, hoop en liefde krijgen er jaarringen bij. En in aansluiting op oude tradities doen we dan misschien ook aan ‘verzaking van de duivel’ in eigentijdse taal. We leggen gemeenschappelijk de gelofte af dat we zullen strijden tegen krachten van buiten en binnen die het kostbare geschenk van het leven beschadigen. Voor de tijd die we mogen krijgen. Samen. Je mag in anderen hetzelfde ‘ja’ terug zien en terug horen. Je staat er niet alleen voor.

Harmen Jansen (2016)

-----

De ‘oudsaksische’ of ‘Utrechtse doopgelofte’

‘Forsachistu diobolae?’’Ec forsacho diabolae’.
‘End allum diobolgeldae?’ ‘End ec forsacho allum diobolgeldae’.
‘End allum dioboles uuercum?’ “End ec forsacho allum dioboles uuercum and uuordum,
Thunaer ende Uoden ende Saxnote ende allum them unholdum, the hira genotas sint.’

Nederlandse vertaling:
Verzaak je de duivel? Ik verzaak de duivel.
En alle duivelsoffers?Ik verzaak alle duivelsoffers.
En alle werken van de duivel? Ik verzaak alle werken en woorden van de duivel,
Donar en Wodan en Saxnot en al de afgoden die hun gezellen zijn.

Tekst uit de 8e eeuw in een Westgermaanse taal, uit een manuscript in de bibliotheek van het Vaticaan.

Rond Pasen wordt er in allerlei kerkbladen en christelijke tijdschriften vaak veel drukte gemaakt over de vraag of je de verhalen over het lege graf en Jezus’ opstanding uit de dood letterlijk moet nemen of niet. Ook in 2017, het jaar waarin de woordvoerder van Donald Trump de gevleugelde woorden sprak over ‘alternatieve feiten’ toen de cijfers werden weersproken over een record aantal bezoekers bij zijn inauguratie.

Soms lijkt het wel alsof christenen met hun geloof in een andere wereld leven dan niet-gelovigen. Hebben ze met hun geloof in God, schepping, opstanding en wederkomst of komst van Gods Koninkrijk ook alternatieve feiten op het oog? Vooral in het oog van menige ongelovige is dat zo. Die weet soms precies te vertellen waarin christenen zouden geloven en hij of zij zelf dus niet meer. Maar binnen de kerken is dat bepaald niet eenduidig.
Dit jaar kregen veel voorgangers een tijdje voor Pasen van de Raad van Kerken een prachtig boekje toegestuurd met de titel ‘Opgestaan!’ Een bijzonder initiatief. Het bundelt preken en meditaties van voorgangers uit de lidkerken, vaak vorig jaar gehouden. Het geeft een mooi inkijkje hoe in een belangrijk deel van christelijk Nederland de paasboodschap gepreekt wordt. Verschillende smaken PKN, Rooms-Katholiek, Vrij-evangelisch, Syrisch-orthodox, Quakers, Doopsgezind, Vrijgemaakt, noem maar op.

Ds. Wim Dekker die aan het slot commentaar mag geven, blijkt niet zo gecharmeerd van de verscheidenheid. De wegen gaan nogal ver uiteen. De een preekt over Pasen als een boodschap van eeuwig leven in het hiernamaals. De ander ziet Pasen als de boodschap van een God die bevrijding hier aanbiedt en als een opdracht om wegen tot verzoening te banen, bijvoorbeeld waar het geweld van IS bevolkingsgroepen uit elkaar speelt. Voor de een staat een lijfelijke opstanding van Jezus uit zijn graf als een historische paal boven water. Iemand haalt er zelfs een Britse jurist bij die beweert dat de historische bewijsvoering dat God deze daad gepleegd heeft, voldoet aan moderne eisen van vaststelling van feiten. God zit dan dus in de beklaagdenbank met criminelen die verdacht worden van ontvreemding van een lijk. En zowaar He dit it! In andere kerken hebben de paasverhalen vooral een rijke psychologische en symbolische betekenis. ‘Christenen geloven niet in een soort wonderdadige zombie: een lijk dat weer rondloopt’.
De scheidslijn loopt dwars door allerlei kerkverbanden heen. Orthodoxe protestanten zouden zich volgens Dekker kunnen herkennen in preken van voorgangers in kerken waarvan ze diametraal verschillen wat liturgie betreft of ambtsopvatting. Zelf ervaart hij vervreemding bij preken uit zijn eigen PKN. Volgens hem worstelen ze teveel met het moderne wereldbeeld.

Zelf zag ik dat anders. Menig voorganger neemt dat wereldbeeld gelukkig gewoon als vertrekpunt. Mens zijn van je eigen tijd is niet een jas die je even uit kunt doen. En de kerk presenteert dan geen alternatieve feiten over schepping, geschiedenis en toekomst, maar representeert een alternatieve manier van omgaan met de feiten.
Bij mij ging de prijs voor de beste preek naar Joris Vercamman, oud-katholiek aartsbisschop. Hij maakt de neiging om het paasverhaal letterlijk te lezen niet belachelijk. Maar het is een verleiding om korte metten te maken met onze sterfelijkheid middels een buitenaards antwoord. Jezus was juist de belichaming van Gods trouw doordat hij niet wegliep voor de kwetsbaarheid en het lijden. ‘Geloof heeft niet te maken met het al dan niet vinden van een dood lichaam. Geloof begint daar waar mensen wakker geschud worden omdat ze zich bewust worden dat ze door zich te distantiëren van Jezus, God zelf ernstig verraden hebben’. Juist door het aanvaarden van de kwetsbaarheid heen blijkt een God te vinden die trouw blijft en die je verbindt met kwetsbare anderen. ‘Pasen is geen stoplap’.

Kerken moeten vooral ruimte blijven bieden aan verschillende invalshoeken van betekenisgeving. We delen hetzelfde boek met hetzelfde Evangelie. Teksten roepen beelden en voorstellingen op. Maar mensen zijn verschillend. We zitten in verschillende stadia van geestelijke ontwikkeling en je kunt nooit verder springen dan de polsstok van je eigen ontwikkeling en traditie lang is. We moeten omgaan met diversiteit.
Maar het levensbeschouwelijke gesprek zou wél meer mogen plaatsvinden. Catechese en andere ontmoetingen rondom de Bijbel om dieper op vragen van interpretatie in te gaan zijn schaars geworden. Jongeren, en zij niet alleen, willen hapklare brokken en snelle antwoorden op vragen die in feite behoren tot de categorie trage vragen. Maar op vragen over dood en leven, zin en hoop en God is het antwoord nu eenmaal niet simplistisch.
Die levensbeschouwelijke antwoorden zijn niet los van een praktijk verkrijgbaar. Feit is dat de paasboodschap nu al twintig eeuwen verbonden is met christendom. En dat is vooral ook een praktijk van vieren, liturgie, gebed, diaconale en pastorale zorg, inzet voor humaniteit. Er is en wordt nog steeds wel wat teweeg gebracht! Toch alternatieve feiten. Tevoorschijn gekomen uit de dood van Jezus.

Harmen Jansen (2017)

De stem die de passagiers bij de aanlegsteigers van de veerboten commandeert is duidelijk die van een man. Iedereen volgt gehoorzaam de orders. Bij nader toezien blijkt de persoon-met-roeptoeter zich keurig gekleed en gekapt te hebben als een vrouw. Werkelijk supernetjes. Geen van de collega’s loopt er zo gestileerd bij. Ha, een ‘ladyboy’! (Dit woord had ik net van mijn kinderen geleerd.) In dit vakantieland – geen moslimland - een geaccepteerd verschijnsel. Een paar dagen later in ons hotelletje ook zo iemand. Het uniform van het personeel is unisex, maar je kunt met je haardracht ook een statement maken.

Later mijmer ik: zou zo iemand als welkomheter aan de deur van mijn kerk getolereerd worden? We zegenen homo’s, dopen kinderen van een lesbisch echtpaar, leven mee met wie de weg van geslachtsverandering opgaat. Maar een man die zich overdreven nadrukkelijk hult in vrouwenkleren? Maarten als Maartje? Zou ik er als predikant dwars voor gaan liggen als de gemeente luid zou murmuren en het in de kerkenraad een tweespalt veroorzaakt?
Thuisgekomen van vakantie kleuren beelden van de Gay Pride het tv-scherm roze en lichtblauw. En Wielie Elhorst trekt de aandacht van de pers. De Protestantse gemeente van Amsterdam blijkt deze collega (47) te hebben aangesteld als predikant met bijzondere opdracht voor de LHTB-gemeenschap. Onze kerk, althans in Amsterdam, erkent dus ook transgenders en biseksuelen naast lesbiënnes en homo’s als mensen die volwaardig aan de kerkgemeenschap mogen deelnemen. Want dit moeten we eerder vergelijken met koopvaardij- , studenten- of krijgsmachtpastoraat dan met pastoraat onder zieken, drugsverslaafden en gedetineerden. Ze zullen niet tegemoet getreden worden als ziek of zedendelinquent. Elhorst is duidelijk. En de kersverse ‘theoloog des vaderlands’ Janneke Stegeman doet er in haar zomerse columns in dagblad Trouw een schepje boven op. Zou je Jezus niet ‘queer’ moeten noemen (‘vreemd’, ‘afwijkend’) als je nagaat met wat voor volk hij allemaal omging? Zij verzet zich tegen de gedachte dat ‘de kerk’ de LHTB-ers verwelkomt. Want juist daardoor maak je ze tot ‘de anderen’ en ‘de kerk’ tot een club hetero’s. Ze horen er gewoon al bij en niemand mag ze hinderen.

Het was dus de zomer van de veelsoortige seksuele identiteiten. Wikipedia, de immer groeiende encyclopedie op internet, ververste de informatie over LHTB ter gelegenheid van de Gay Pride. Transgenderisme: ‘overkoepelende parapluterm voor iedereen die zichzelf op welke manier dan ook, als lid van de andere sekse laat zien of zich zo voelt, dan hoe hij of zij geboren is’ (hoeft dus niet per se gepaard te gaan met medische ingrepen). Genderqueer: ‘genderidentiteiten die niet exclusief mannelijk of vrouwelijk zijn’- het grijze overgangsgebied dus tussen man en vrouw waarin moeder natuur even in de war was. Zat er niet al eens iemand een tijd in een gevangenis omdat het DNA-onderzoek had uitgemaakt dat hij een vrouw was, terwijl de persoon op grond van uiterlijke kenmerken door zichzelf en anderen altijd als man was gezien (of andersom)? Identiteitsfraude! Ik denk aan de mensen die mijn pad kruisten die een geslachtsveranderende operatie hebben ondergaan, of hun ouders die hun verhalen kwijt wilden.

Dus ja, in naam van die dwarse Jezus kan ik bij de kerkdeur geen specifieke kledingcodes hanteren wat betreft m/v. Er is overigens wettelijk geen travestieverbod. En ik kan ook geen theologische argumenten bedenken waarom de kerk die wel zou moeten hebben. Draag ik er zelf als voorganger nou een jurk of is het een jas ter verhulling van mijn mannelijke hetero lijf? Met sjaaltje (‘stola’) nog wel.

Blijft één zin van Elhorst in het interview met dagblad Trouw wel bij me haken. Dat de kerk ook andere samenlevingsvormen ‘bijvoorbeeld relaties tussen drie personen’ zou moeten willen zegenen. Daar gáán mijn slotzinnen uit mijn vorige bijdrage over ‘de kerk en de lakens’ waarin ik een lans brak voor de een-op-een-relatie. Gaan we vormen van polygamie accepteren? Mensen die met drie, vier of meer een leefgemeenschap vormen waarin ze werkelijk alles (!) met elkaar delen? Hoe hij zich dat voorstelt moet deze pastor in de toekomst maar eens verder uitleggen. Ik ben zo ver nog niet.

Maar misschien sluit het een het ander niet uit! Het lijkt me onopgeefbaar dat christelijke ethiek zijn vertrekpunt neemt bij het kind dat in alle kwetsbaarheid ter wereld komt uit de vereniging van één zaad- en eicel, dus van twee mensen en niet van drie of vier (IVF-manipulaties en ei-of zaadceldonaties daargelaten). Het is zo klaar als een klontje dat de waardering voor het monogame huwelijk ‘tot de dood ons scheidt’ in tweeduizend jaar christendom en ook daarbuiten daar iets mee te maken heeft. Tegelijk moet diezelfde ethiek en het kerkelijk pastoraat daarnaast recht proberen te doen aan de relationele verlangens, mogelijkheden en beperkingen van datzelfde opgroeiende of volwassen mensenkind, ook als ze ingewikkeld en ‘afwijkend’ zijn. En of we het willen of niet, kinderen groeien nu op in een cultuur die hem/haar niet meer in één richting stuurt. Onze samenleving biedt voor vormgeving van je identiteit een veelkleurig en soms ook verwarrend pallet aan mogelijkheden. Zoals de LHTB-website dus laat zien.
Ook kerken en gelovigen die beide vertrekpunten serieus nemen komen soms tot verschillende conclusies. Dat is niet erg ook al is het soms lastig en schuurt het dan. Elhorsts komst had in Amsterdam ook de instemming van het orthodoxe deel van de gemeente. Op basis van respect voor elkaars uitgangspunten kun je een heel eind samen blijven optrekken.

Harmen Jansen (2016)

Kerk en seks hebben altijd een ongemakkelijke verhouding gehad. Het zal wel zo blijven. Zo heeft een gedeelte van de kerk er grote moeite mee dat ‘gelijkgerichte’ partners wel kerkelijk mogen trouwen, als de plaatselijke gemeente dat goed vindt, maar dat het geen ‘inzegening’ mag heten. Anderen vinden het zelfs met deze beperkingen nog steeds een brug te ver.

Ik schrijf dit kort na ‘Orlando’. Rond deze dramatische schietpartij onder de LHTB-gemeenschap waarschuwde ds. Arjan Plaisier in een van zijn afscheidsinterviews als synodescriba dat een discussie over homoseksualiteit de kerk kan splijten. En het zou niet belangrijk genoeg zijn voor zo’n debat. Op zondag 19 juni werd zijn opvolger ds. Reinier de Reuver bevestigd. Jacobine Geel had een mooi tv-gesprek met hem. Daarin kwamen ook twee vrouwen voorbij die onlangs in zijn Haagse gemeente door hem ‘gezegend’ waren. Die gemeente had ruim de tijd genomen om naar dat moment toe te groeien. De vriendelijke nieuwe scriba is dus niet bang voor hete hangijzers. Zijn motto is ‘samen’, maar hij zal om de lieve vrede te bewaren moeilijke thema’s niet uit de weg gaan.

Tezelfder tijd was er een discussie over een jongerenwebsite van de EO waarop zelfbevrediging werd veroordeeld. Wat? In 2016? Verdient bijvoorbeeld de kwetsbaarheid van tieners voor misbruik van hun webcam niet eerder de aandacht? Mijn gedachten gingen prompt terug naar een moment uit mijn studententijd. Ik zat ‘op kamer’ bij een weduwe van een arts. In huis stond her en der nog zijn bibliotheek. Al bladerend in een handboek voor huisartsen uit het midden van de vorige eeuw las ik het advies om moeders te waarschuwen tegen het masturberen van hun opgroeiende zonen. Symptoom: bleke gezichten bij het opstaan wegens te weinig slaap. Controlemogelijkheid: het wasgoed. Ondanks alle krampachtigheid waardoor seksualiteit een verzwegen onderwerp was in mijn jeugd op de Bible Belt van de jaren ’70 en de puberteit in dat opzicht niet leuk was geweest, had ik van lakencontrole gelukkig nooit iets gemerkt. Ik mag hopen voor de christelijke jeugd van nu dat die klok niet wordt teruggedraaid.

Protestanten hebben het celibaat afgeschaft. Sinds Luther is geslachtsverkeer geen belemmering om een geestelijk ambt uit te voeren. Maar de verwerking van de seksuele revolutie heeft veel hoofdbrekens gekost. Veel debat, conflict en veroordeling. Door de pil werd het ontkoppelen van seks en huwelijk versneld. Ongeveer tegelijk met die uitvinding begon de verbreking van het maatschappelijk taboe op homoseksualiteit. Met behulp van allerlei discussierapporten hebben we als kerken deelgenomen aan het brede maatschappelijke debat dat er spontaan ontstond. Kerken leken te hebben geleerd om minder tussen de lakens te kijken. De huwelijkszegen daalt in de PKN zelden nog op een maagdelijk echtpaar neer en gescheidenen proberen we liever pastoraal beide bij de kerk te bewaren dan dat we ze straffen met excommunicatie uit het ambt en van de Tafel. Maar dat jongeren met achterhaalde moralistische praatjes in de kou worden gezet is nog steeds lang niet overal uitgesloten. En hoe welkom zijn de LHTB-ers? Moraal: kerken zijn nog niet klaar met het bepalen van een goede verhouding tot het thema seksualiteit.

Even geleden las ik De geestelijke ladder van woestijnvader Johannes Climacus, levend in kloosters in de Sinaï in de zesde eeuw. Een invloedrijke handleiding voor monniken over geestelijk leven. Hij schrijft openlijk over de teleurstelling van monniken dat het vaak niet lukt om de spontane zaadlozing onder controle te krijgen. Het is voor hem onacceptabel dat het lichaam zijn eigen weg blijft gaan. De praktijken om de controle te krijgen gingen over de grens van het masochisme, met onder andere de verheerlijking van de slapeloosheid: een leven zonder slaap. Maar dit ideaal van totale zelfcontrole van het bewustzijn is meer ‘Grieks’ dan bijbels. In de Bijbel is niet alles wat direct uit de lichamelijkheid voortkomt ook zonde en gebrek aan geestelijk leven. Dat oude ‘verlichte’ huisartsenhandboek en christelijke fixaties op de mogelijkheid van genezing van homo’s of op verplichte onthouding staat dichter bij dit ‘griekse’ denken over lichaam en geest dan bij de Bijbel. Ondanks een handjevol homo-onvriendelijke bijbelteksten. De lichamelijkheid met zijn drang tot seksuele zelfexpressie hoort tot de goede schepping.

Moet ‘de kerk’ dan helemaal niet tussen de lakens kijken? Onlangs klonk er ook een pleidooi voor polyamorie: de erkenning van het recht om veel liefdes tegelijk te hebben. Een ethicus reageerde dat dit voorbijgaat aan het recht van het kind op twee trouwe opvoeders. Evolutionair gezien is het mensenkind het meest afhankelijk van alle schepselen van de trouwe zorg van zijn verwekkers. Het leek mij een scherpzinnige verduidelijking van de monogamie. Er hoeven geen kinderen van te komen. We zijn al met genoeg. Maar we zijn seksueel gezien wel gemaakt voor het één-op-één duurzaam en teder beminnen van aangezicht-tot-aangezicht van een ander mens. Vanuit de bijbel heeft de kerk een eigen boodschap over zulke liefde tussen de lakens. En over de afkeer van mishandeling, machtsmisbruik (met of zonder webcam en pornonetwerken) of masochisme. Dát lijken me 'm-woorden' om ons vooral druk over te maken.

Harmen Jansen (2016)

‘Sterk en dapper’ is in deze Veertig Dagen de naam waaronder Kerkinactie de aandacht vraagt voor hulpprojecten op een zestal plaatsen verspreid over de hele wereld. Het is ook de titel van de bezinningskalender die de Protestantse Kerk heeft uitgegeven. Het is een kleurrijk boekje met korte teksten ter meditatieve overweging. Waarom verrast en prikkelt mij die titel?

De projecten van Kerkinactie brengt mensen, vaak jonge mensen, voor het voetlicht die veel te verstouwen hebben in hun leven. Het gaat om kinderen die uit huis zijn geplaatst omdat ouders niet op hun taak berekend zijn. Om ervaringen met criminaliteit, armoede, huiselijk geweld, tienerzwangerschap. Een verleden van verslaving of deelname aan bendes. Horen bij een etnische groep die nauwelijks rechten heeft. De projecten zetten niet alleen in op het bieden van veiligheid, maar ook op het aanleren van vaardigheden. Op het weerbaar maken en op eigen benen leren staan. Op aanmoediging tot trots en zelfvertrouwen, ook al lukt nog lang niet alles. Prachtig om te zien op de korte filmpjes die er voor elke zondag zijn gemaakt.

Neem Rosa uit Guatemala, een land met veel geweld en criminaliteit, corruptie en sociale ongelijkheid. Met moeite knoopten haar man en zij de eindjes aan elkaar. Ze zat vol boosheid en had nogal eens conflicten met familie. Genieten van het leven was moeilijk. Door de cursus die ze kreeg leerde ze omgaan met conflicten en spanningen. De Bijbel speelde een belangrijke rol in die cursus. Ze leerde vaardigheden in conflicthantering. Woorden als rechtvaardigheid en verzoening kan ze nu handen en voeten geven. Er is nu meer harmonie in haar familie. Rosa veranderde van een verlegen en teruggetrokken vrouw tot iemand die nu een leidende rol in haar omgeving vervult. Ze is sterk en dapper, maar dan allereerst door te accepteren wat is gebeurd en te vergeven.

Over sterke vrouwen gesproken. Op de provinciale dag in Appingedam waarop we 500 jaar protestantisme vierden kwam meer dan eens de bijbelse Debora naar voren als inspirerende heldin. En niet alleen de Bijbel maar ook de kerkgeschiedenis heeft allerlei prachtige rolmodellen opgeleverd van vrouwen die sterk en dapper hun mannetje stonden om mannelijke privileges te doorbreken en gelijkwaardigheid te bereiken in kerk en samenleving. Er zijn nog steeds fronten waarop deze strijd geleverd moet worden.

Keenan is ook sterk en dapper. Hij groeide op in Vrygrond, een grote wijk van Kaapstad, Zuid-Afrika. Bendes en drugsproblemen alom. Hij droomde als achtjarige al van het beroep van grafisch ontwerper. Op de Sozo Foundation kreeg hij niet alleen de kans om zijn talent op dit terrein te ontwikkelen. Hij vond er een inspirerende en veilige omgeving waardoor hij ook als mens kon groeien. Hij voelt zich sterk. En als dank ontwikkelde hij een cursus grafisch ontwerpen voor nieuwe studenten van deze stichting die niet in de kansloosheid van jongeren wil geloven.

In het christendom zijn andere waarden vaak meer naar voren gehaald dan ‘sterk zijn’. De grote held van ons geloof hangt aan het kruis toch vooral als een zwakke. Een weerloze lijder. Een machteloze. Hij schreeuwt om de afwezige God. Op crucifixen en in de eindeloos herhaalde gezongen en gespeelde passies is hij een slachtoffer, het willoze Lam Gods dat geen verzet biedt. En dit lijden en de dood lijken rond Pasen soms een doel op zich. Zijn einddoel. Wie er sterk zijn in dat verhaal zijn vooral de vertegenwoordigers van overheid, politie en religie. Zij hebben de macht. En het is niet moeilijk om de actualiteit ervan in onze wereld te herkennen. Het wemelt van de sterke mannen aan de macht die we liever zouden zien gaan dan komen.

In een kerkgebouw van een zwarte gemeenschap in Zuid-Afrika zag ik eens een grote crucifix aan de muur. De gekruisigde was hier een stevige, ronde zwarte man. Fier keek hij de ruimte in. Op zijn witte gewaad was het roze teken van solidariteit met aidsslachtoffers geprikt. Jezus was hier het toonbeeld van volharding, taaie inzet, krachtige trouw. En op hoeveel fronten in de samenleving komt het er niet op aan dat er mensen zijn die op die manier tegen de stroom in durven te zwemmen. Die dat niet aan anderen over laten. Laten we vooral zo naar Jezus kijken. Geweldloos, maar wel in verzet. Gewond en geblutst, maar sterk in zijn volharding. Eenzaam en verlaten, maar dapper. Een held, een strijder. Geen loser, maar een winnaar. Iemand die zich God zij dank niet neerlegt bij de wereld zoals wij die maakten.

En hij heeft de Geest gegeven. In deze Geest zijn mensen op allerlei manieren en op allerlei plekken vandaag sterk en dapper. Mooi en inspirerend om in deze Veertig Dagen de sporen daarvan te zien oplichten. En de teksten van de kalender prikkelen daarbij om na te denken over de vragen als waarin ik zelf mijn kracht zoek, of waarom ik soms niet wat dapperder ben.

Harmen Jansen (Veertigdagentijd 2017)


'De productie van vlees en zuivel trekt een zware wissel op het milieu en het klimaat. En voor de vis die we met z’n allen consumeren, worden zeëen en oceanen geplunderd. Om de oceanen, bossen en het klimaat te beschermen, moeten we kritisch kijken naar wat we eten én hoe we dat eten produceren.'
Deze zinnen staan op een website van de milieuorganisatie Greenpeace. Het lapje vlees, de worst bij de boerenkool, het dagelijkse bakje zuivel en elke week minstens een halve tree eieren kunnen eigenlijk niet meer. Jammer maar helaas.

Een van mijn kinderen attendeerde me geschokt op de Amerikaanse film ‘Cowspiracy’ (2014). De filmmaker met de voornaam Kip vraagt zich daarin af hoe het kan dat de grote milieuorganisaties in de VS het probleem van veel te grote vlees-, vis- en zuivelconsumptie niet aankaarten. Ze lopen een voor een voor de camera weg als hij gegevens van de Verenigde Naties op tafel legt over het broeikasgas methaan. De uitstoot ervan is erger dan CO2. De vleesindustrie produceert daardoor wereldwijd meer broeikasgassen dan de hele transportsector. Behoefte aan land voor veeteelt is de voornaamste drijvende kracht achter vernietiging van regenwoud. En ook het waterverbruik is gigantisch. Een hamburger vraagt evenveel water als 2 maanden douchen met de waterbesparende kop die Kip al jaren gebruikt. Maar de omvang van de veestapel is ook bij de milieuorganisaties ook een te heilige koe om bij de horens te vatten. Kip stoot op een grote onderlinge belangenverstrengeling tussen overheid, milieuorganisaties en de agrarische sector. In Brazilië zijn er de afgelopen jaren 1100 milieuactivisten vermoord. In de VS houdt de FBI critici van de bio-industrie nauwlettend in de gaten. Sommigen hebben al zware processen aan de broek gekregen op grond van hun gebrek aan Vaderlandsliefde.

Wij zijn de VS niet. Greenpeace Nederland draait er in elk geval niet omheen. ‘De wereldbevolking is de afgelopen decennia explosief gegroeid en we eten met z’n allen steeds meer vlees en zuivel. Tweederde van alle landbouwgrond ter wereld wordt gebruikt als weiland voor grazende dieren of de teelt van veevoer. Hiervoor is al veel natuur gesneuveld. Zo zijn in Zuid-Amerika miljoenen hectaren regenwoud gekapt voor de teelt van soja of om runderen te laten grazen. Nederland importeert deze soja om onze uit de hand gelopen veestapel te voeden. Ook importeren we Zuid-Amerikaans rundvlees. We eten dus letterlijk het regenwoud op. Bij de teelt van landbouwgewassen en het houden van dieren komen CO2, methaan en lachgas vrij.’ Einde citaat.

Ik zing voor u en moeder aarde
die elk gewas een bodem geeft
om zijn wortels uit te strekken,
vruchtbaar land voor al wat leeft.

Zo schreef Franciscus van Assisi in zijn beroemde Zonnelied. Zevenhonderd jaar geleden was er nog geen conflict tussen de voedselbehoefte van een wereldbevolking van zeven miljard en de begrensde mogelijkheden van het aardoppervlak en de oceanen om in die behoefte te voorzien zonder uitgeput te raken. Dat conflict is er nu wel. De aarde kan 7 miljoen mensen
wel aan, maar niet als er ook nog 70 miljard boerderijdieren rondlopen. Of als we blijven wegkijken voor het probleem dat de visserij niet alleen de rente binnenhaalt die de visstand in de oceanen voor de consumptie oplevert, maar ook in hoog tempo inteert op het kostbare kapitaal aan eetbare vissoorten die de zeeën doorkruisen.

Ondertussen vertellen de agrariërs in mijn gemeente me keer op keer aan hoeveel wetgeving en controle zij onderworpen zijn om voedselveiligheid, milieuvriendelijkheid en duurzaamheid te bevorderen. Als kleinzoon van een boer kan ik niet anders dan hun prachtige bedrijven en de weilanden met het snel groeiende voedzame gras en het prima vee te bewonderen. En ik heb te doen met wie lijden onder de sterk gedaalde melkprijs omdat Rusland, China en het Midden-Oosten het om uiteenlopende redenen lieten afweten, net nadat er grote investeringen waren gedaan in verband met de afschaffing van het melkquotum. Maar zou de politiek in het verlengde van de klimaatakkoorden van Parijs (2015) niet moeten besluiten tot extra belasting op krachtvoer en de uitstoot van methaan en andere kwalijke gassen? Dan komen we als producent én consument te staan voor sterk stijgende prijzen – maar dan wel vanuit het principe dat de vervuiler betaalt. Zijn banken, bedrijven en belangorganisaties daar dan op voorbereid?

En als consument moet ik er dus in elk geval een schepje bovenop doen. Vermindering van de uitstoot van methaan heeft een veel sneller positief effect heeft op de klimaatverandering dan de vermindering van de uitstoot van CO2. Alleen als we voedsel voor dieren veranderen in voedsel voor mensen blijft er voor ieder mens op aarde voldoende voedsel.
Wel jammer van dat lapje vlees. De kunst van het smakelijk bereiden van biefstuk of kippenbout is tot grote hoogtes gestegen. Daar kunnen de sojaburgers nog niet aan tippen. Maar lang leve de ontwikkelaars van nieuwe soorten voedsel en nieuwe kookboeken die er hard aan werken.

Een van de laatste zegsmannen in de film van Kip, een boer die ‘bekeerd’ is tot milieuactivist, wil het woord duurzaamheid graag vervangen door het woord ‘floreerbaarheid’. Hij gelooft er nog steeds in. Worden we zacht en vriendelijk voor onze planeet, dan kan zij floreren. Ik meen een echo van Franciscus te horen, zingend in de bossen van Umbrië samen met zijn vrienjes de leeuweriken.


Ds. Harmen Jansen

‘Geloof, hoop en liefde, deze drie!’ ’s Middags was dit de tekst die de familie gekozen had voor een dienst van afscheid. ’s Avonds las een van de kringleden deze tekst voor om het gesprek af te sluiten dat we die avond in een groep jongeren voerden over de plek in de kerk voor mensen met een ‘andere’ sexuele geaardheid: homo’s, lesbiennes, transgenders. De volgende dag zag ik de tekst terug op de steen bij de ingang van Nieuw Hydepark, het ‘huis van de kerk’ in Doorn.

Deze keer was Hydepark de locatie voor de najaarssynode van de Protestantse Kerk. Er werd onder andere beraadslaagd over nieuwe regelgeving in verband met ‘Kerk 2025’. Bij ‘Kerk 2025’ wordt grote nadruk gelegd op de kerk als geloofsgemeenschap. De drie basiskenmerken die centraal moeten staan zijn Believing – Belonging – Behaving. Geloven doe je in Gemeenschap en je Gedrag is er naar. Regelmatig horen we ook indringende oproepen om in de kerk met elkaar toch vooral het geloofsgesprek te voeren. Maar mag het ook de liefde zijn die ons vooral verbindt en is de kwalificatie van de kerk als geloofsgemeenschap niet eenzijdig?
Als Paulus lyrisch wordt zingt hij over haar het hoogste lied. Zij is de hoogste weg en de meeste van de drie. En het ligt momenteel met geloof nogal moeilijk. Voor veel jongeren is het al vroeg klaar. Soms al in groep 7 van de basisschool. ‘Ik geloof niet’. Luid en duidelijk. En dan houdt het dus voor veel jongeren gewoon op. God bestaat niet. Waaraan dan precies gedacht wordt, als het bestaan van God ontkend wordt, zou je kunnen vragen. Misschien geloven we in de kerk hetzelfde niet. Maar probeer er maar eens over in gesprek te komen als de deur al dicht zit.
Ergens las ik: als je geloof, hoop en liefde verdeelt over de drie godsdiensten die zijn ontsproten aan de Tora, dan komt de Hoop bij het jodendom uit, de godsdienst van ‘volgend jaar in Jeruzalem’. Het Geloof komt bij de islam, want daar wordt de trouw aan bepaalde godsdienstige overtuigingen vaak streng gehandhaafd, zoals het geloof dat de ene God in elk geval niet drie is. Blijft voor het christendom de Liefde over. Dan moeten we wel nogal wat brandstapels en godsdienstoorlogen vergeten. Evenals kerksplitsende scherpslijperijen in protestantse kring over de ins en outs van de leer van wedergeboorte, uitverkiezing en verbond. Maar het christendom begon inderdaad in naam van een gekruisigde slaaf als godsdienst die tegen de doodstraf was, tegen kruisigingen en gladiatorengevechten, en als een praktijk van delen om armoede te bestrijden. En de laatste tijd maakt de diaconale kant van de kerk een opmerkelijke revival door. Een list van de Geest?
Onze PKN houdt de volgende maand een campagne in het kader van de maand van de spiritualiteit ‘Geloven doe je in de kerk?’ Mét vraagteken, gevolgd door: ‘Twijfelen ook!’ of ‘Nadenken ook!’, ‘Helpen ook!’, in totaal zes posters. Het is nadrukkelijk de bedoeling om het beeld te corrigeren dat je vooral stevig in de schoenen van het geloof zou moeten staan om mee te doen. We zijn in de kerk helemaal niet van die geloofshelden. Buitenstaanders treden soms toe via de omgekeerde volgorde van die drie B’s. Eerst meedoen met interessante activiteiten, contacten krijgen, merken dat het zo gek nog niet is in de club, geraakt worden door wat er gevierd wordt. En dan vragen mogen blijven houden.
Op een gemeenteavond liet ik de aanwezigen een eigen kernwoord kiezen dat je op je duimnagel zou kunnen schrijven. Niemand koos voor het woord geloof. Wel kwamen er woorden als trouw, verzet, omzien naar elkaar. We hopen dus dat de kerk in 2025 vooral een gemeenschap zal zijn van mensen die zorgzaam en belangstellend naar elkaar omzien en naar het dorp of de stadswijk om zich heen. Mensen van bekommernis, inzet voor anderen, verzet tegen wat het leven schaadt. Menigeen is nu al vaak vrijwillig actief in allerlei verbanden en maatschappelijke initiatieven. Zijn we in de kerk dan bezig onszelf om te turnen tot een soort
Humanistisch Verbond? Een organisatie die allerlei christelijke normen en waarden hoog houdt en praktiseert, maar zonder God, gebed en geloofsbelijdenis? Iemand reageerde: natuurlijk blijven we als kerk vieren en manieren zoeken om met elkaar ‘in te oefenen’, als het kan mét kinderen en jongeren.
En daar waar liefde, ontferming, bewogenheid is, daar is God. God is agapè. En deze liefde is een grote realiteit. Onzichtbaar? Haal haar uit de werkelijkheid weg en kijk wat we dan nog over hebben. En in advent vieren we haar komen. Of om het met de oude Thomas à Kempis te zeggen, wij kijken uit naar de ‘bezoeking’ vanuit de Hoge door deze liefde, zoals het ooit begon met hoog bezoek aan Maria. We kleuren drie keer liturgisch paars van schaamte en schuldgevoel over het gebrek eraan, en één zondag roze als het wit zich al erin mengt van het feest van ‘alzo lief heeft God’. En aan het eind van alle feesten is de kleur héél even rood. De Pinksterclimax is dat mensen haar als Geest krijgen, zoals het eerst begon met diezelfde Geest bij één.
Wel lastig dat het woord liefde in onze taal nogal roze bijbetekenissen heeft. ‘Liefdesgemeenschap’ als alternatief voor ‘geloofsgemeenschap’ klinkt niet goed.
De Quakers heten officieel ‘religieus genootschap der vrienden’. Wat een vondst. Kerk als genootschap van mensen die vriendschap beoefenen. In Jezus’ naam. Die zei: "ik noem jullie mij vrienden"

Ds. Harmen Jansen